Cajo BRENDEL, "Daad en Gedachte, n 6, June 1996*

 

BOEKBESPREKING

FRANÇOIS FURET

OVER DE MYTHE VAN HET BOLSJEWISME

 

 

 

"HET VERLEDEN VAN EEN ILLUSIE" heet het lijvige boek dat de historicus François Furet schreef over - zoals de ondertitel luidt - het communisme [bedoeld is het bolsjewisme] in de twintigste eeuw. Onlangs is er bij uitgeverij Meulenhoff een zeer goede Neder-landse vertaling van verschenen (1). Wij hebben nu eens bepaalde hoofdstukken, dan weer tal van passages ervan bewonderd, bij het lezen vaak meer dan eens onze wenk- brauwen gefronst en af en toe met verwondering van zijn betoog kennis genomen. Niettemin heeft deze studie ons van het begin tot het eind geboeid.

Furet is gedurende zeven jaar, van 1949 tot 1956, lid van de Franse C.P. geweest. Dat laatste jaar - het jaar waarin Nikita Chroesjtsjov op het twintigste congres van de Russische partij de beroemde rede hield over de misdaden van Stalin, het jaar ook waarin Russische tanks een einde maakten aan de Hongaarse revolutie - is voor de schrijver persoonlijk een keerpunt geweest en hij ziet het ook als een keerpunt in de ontwikkeling die hij beschrijft. Vanaf Chroesjtsjov, zegt hij, nam de luister van de okto-berrevolutie af om vervolgens te verdwijnen. Het is deze zienswijze, direct gevolg menen wij van wat Furet zelf in een 'Voorwoord' zijn 'biografische relatie met het onderwerp' noemt, die bij alle waardering, één van onze emstige bezwaren tegen dit boek vormt.

Nergens, maar dan ook werkelijk nergens in de ruim 700 bladzijden maakt Furet ge-wag van de marxistische critici die al heel vroeg, zo ongeveer van 1920 af, de Russi-sche revolutie volstrekt anders beoordeeld hebben dan de bolsjewieken. Wij hebben hier niet het oog op iemand als de wel door Furet genoemde sociaal-democraat Kauts-ky maar op hen, die volstrekt andere argumenten dan hij hanteerden. Wat de bolsjewiki als 'socialisme' presenteerden beschouwden zij als staaiskapitalisme. De "luister van de oktoberrevolutie", om met Furet te spreken, was er voor hen al heel snel af. Velen van hen leverden ruim een kwarteeuw vôôr Chroesjtsjov een veel scherpere, want veel wezenlijker kritiek op het bolsjewisme dan de meeste critici die na hem kwamen.

Dit bolsjewisme wordt door Furet consequent nu eens 'communisme', dan weer 'marxisme-leninisme' genoemd. Anders dan hij, zijn wij - met een criticus als bijvoor-beeld Pannekoek - van mening, dat het leninisme anders dan men op grond van zeker woordgebruik zou denken, met het marxisme niets gemeen heeft. Merkwaardig is het nu echter om te constateren, dat juist deze Furet, een historicus die te boek staat als grondig kenner van de Franse revolutie en die derhalve ook een kenner is van het jaco-bijnse gedachtengoed, meer dan eens onbewust heel dicht in de buurt van Pannekoek komt door de bolsjewieken als erfgenamen van de Jacobijnen te schilderen. De be-wuste passages kunnen ons inziens niet anders worden gelezen dan als een bevestiging van de opvatting die Pannekoek ontwikkelde in Lenin als filosoof

Van de Jacobijnen, schrijft Furet, "namen de bolsjewieken de fakkel over". Hij spreekt van een analogie van de Russische met de grote Franse revolutie, vergelijkt de jacobijnse episode daaruit, "het meest voluntaristische [...] moment", met bepaalde ontwikkelingen in Rusland. Hij spreekt, een paar bladzijden verder, over auteurs die dezelfde vergelijking maakten en in "de leider van de bolsjewieken ... een Robes-pierre" zagen. Weer op een andere plaats zegt Furet, dat Lenin "altijd kwistig paral-lellen had getrokken met de [Franse] revolutionairen van het jaar II" (het jaar II van de Franse revolutionaire kalender) en dat het "geen enkele moeite [zou] kosten om te laten zien in hoeverre het Franse voorbeeld aanwezig was in het denken van de makers van de bolsjewistische revolutie".

Wat bij Pannekoek niet, maar bij Furet wél ontbreekt, is een schildering van de ach-tergrond, een schildering van de maatschappelijke verhoudingen waaruit de over-eenkomst van de bolsjewieken met de Jacobijnen te verklaren zijn. Naast het bezwaar dat wij hierboven reeds genoemd hebben, is dit vrijwel voortdurend ontbreken van een verwijzing naar de maatschappelijke ontwikkelingen waaruit de politieke ontwikkelin-gen voortspruiten, hetgeen in het boek van Furet het meest te betreuren valt. Zijn relaas is een puur p o l i t i e k relaas.

Afgezien van dat bezwaar moet worden vastgesteld, dat het een knap en uitermate boeiend relaas is en dat Furet bepaald niet terugschrikt voor het trekken van vergaande consequenties. Opmerkelijk is wederom, dat hij daarbij soms tot stellingen komt die zo'n halve eeuw geleden al en ook daarna herhaaldelijk door vroege critici van de bol-sjewieken zijn verkondigt. Een van die critici was Otto Rühle, een van de eerste West-Europese marxisten die zich omtrent het bolsjewistische Rusland geen enkele illusie maakte. Een van zijn laatste postuum verschenen geschriften droeg de veelzeggende titel Bruin en rood fascisme (2). Het is een titel die Furet ook boven het maar liefst 64 bladzijden tellende hoofdstuk had kunnen plaatsen waarin hij uiteenzet, dat er tussen het bolsjewisme en het fascisme geen fundamenteel verschil bestond.

Men hoeft niet iedere zin van dit hoofdstuk te onderschrijven - en dat doen wij ook niet - om het een fascinerend betoog te vinden. Furet onderzoekt wortelen en ontstaans-geschiedenis van zowel het fascisme van Mussolini als het nationaal-socialisme van Hitler en beziet vervolgens in hoeverre beider streven naar macht dat er de kern van vormt, overeenkomt met het machtsstreven der bolsjewiki.

De scherpe analyse waarvan de desbetreffende bladzijden getuigen vindt men ook in andere hoofdstukken en op andere bladzijden terug. Het boek van Furet is méér dan een studie over het bolsjewisme in de twintigste eeuw alleen. Het bevat de politieke geschiedenis van deze eeuw, een eeuw die Furet, in navolging van sommige andere historici, laat beginnen in 1914 bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog. Tal van scherpe waarnemingen waaruit een grondige historische kennis blijkt, volgen elkaar op. Die waarnemingen mogen soms weinig verschillen van die welke eerder al door kritische waarnemers van het politieke gebeuren zijn gedaan, ze dragen niet weinig bij tot de betekenis van het hier besproken werk.

Om een enkel voorbeeld te noemen: in die uitvoerige passages waarin Furet over de Spaanse burgeroorlog komt te spreken blijkt Furet niet in het minst uit de koers gebracht door stalinistische mythen. "Het lag", zo schrijft hij onder meer, "niet in Stalins bedoelingen om de vrijheid te bewaken of om de Spaanse revolutie de helpende hand te reiken ... Het was zijn doel om het republikeinse Spanje onder sovjetinvloed te brengen . ." Elders leest men bij hem - voor wie het nog niet wist - dat de non-inter-ventiepolitiek "slechts een vermomming van zwakheid ôf van een semi-medeplichtig-heid met Franco en zijn buitenlandse beschermers [was]".

Voor het niveau van de aan Spanje gewijde bladzijden doen andere pagina's niet onder. Ieder die aan de voor Europa zo belangrijke jaren '30 nog levendige herinnerin-gen heeft zal af en toe, zo niet voortdurend, bij het lezen van Het verleden van een illu-sie het gevoel hebben in het boek van zijn eigen herinneringen te kijken.

Het boek van Furet verraadt diens grote belezenheid, al heeft die zich dan nimmer uitgestrekt tot de publikaties van die marxistische critici waarvan we al een paar maal hebben gesproken. Noch Pannekoek, noch Rühle, noch Herman Gorter of de woordvoer-ders der KAPD (Kommunistische Arbeiter Partei Deutschlands) en Paul Mattick (auteur van o.a. Anti-bolchevik Communism) schijnen voor de ex-bolsjewistische Fran-se historicus te hebben bestaan. Maar de auteurs die hij wél kent en de overige bronnen die hij heeft geraadpleegd worden met zorg door hem geciteerd en hij verzuimt nimmer met zorgvuldigheid naar hen te verwijzen.

Een aantal keren bevat het boek van Furet belangwekkende bijzonderheden omtrent personen. Zo van iemand als Pierre Pascal, een Fransman die al kort na de oktoberre-volutie naar Rusland trok of zijn landgenoot Yvon, wie beiden na kortere of langere tijd de schellen van de ogen vielen. Van laatstgenoemde stamt de brochure Wat er van de Russische revolutie is geworden. Furet vermeldt het geschrift maar heeft er niet de minste weet van, dat het reeds in 1935 in Nederlandse vertaling (3) is verschenen.

Belangwekkend zijn eveneens de biografische notities over Souvarine. Dat deze in zijn in het begin van de jaren '30 verschenen studie Stalin en het bolsjewisme (4) een kri-tiek leverde die weinig illusies omtrent de werkelijke situatie in de zogenaamde Sov-jetunie overliet vermeldt Furet niet.

Om nog even stil te staan bij het hierboven reeds genoemde hoofdstuk over het fas-cisme: Furet besteedt ook aandacht aan het beruchte in Leipzig tegen Van der Lubbe, Dimitrov en twee andere beklaagden gevoerde proces inzake de Rijksdagbrand en het gebruik dat daarvan (ook door Moskou) gemaakt werd om propaganda voor de eigen zaak te voeren. Destijds werd daarvan, en van de leugens en intriges van Willi Münzenberg bijvoorbeeld, niets begrepen zegt Furet. Het Roodboek over Van der Lubbe en de Rijksdagbrand, een nog tijdens het proces verschenen Nederlandse uit-gave waarin de leugens van Münzenberg aan de kaak werden gesteld, is kennelijk aan Furet totaal onbekend gebleven.

Een paar maal stuit men in het boek van Furet op tegenstrijdigheden. Nu eens noemt hij, om één enkele ervan te signaleren, de bolsjewieken zeer terecht Jacobijnen die weinig weg hebben van marxisten en in Rusland de macht overnamen "met behulp van leuzen die niet de hunne waren. zoals 'de grond aan de boeren", een andere keer zijn het bij hem toch wel degelijk marxisten.

Het boek van Furet wordt gedragen door totaal andere opvattingen dan de onze. De schrijver oefent namelijk op het bolsjewisme geen marxistische kritiek; hij weet niet te verklaren wat of de reden voor het door hem op goede gronden bekritiseerde beleid was, wat of de achtergrond vormde van hetgeen hij met verve beschrijft. Desondanks hebben wij zijn uitvoerige studie met veel belangstelling gelezen. Het is misschien niet, zoals de Spaanse oud-bolsjewiek Jorge Semprun verklaard heeft, de eerste grote samenvattende studie over het 'communisme' in de twintigste eeuw, maar het is wel één van die grote studies en zeker een die het lezen volop waard is.

C.B.

1) François Furet, Het verleden van een illusie, Amsterdam 1996, Meulenhoff, ISBN 90-290-8480-4; 79 gulden.

2) Otto Rühle, Brauner und roter Faschismus, verschenen in Schritften, Rowohlt Verlag Reinbeck 1971.

3) Uitgave van de Groep van Internationale Communisten.

4) De Nederlandse vertaling verscheen bij Quérido.

* Cf. Cajo Brendel, Radencommunisme en zelfstandige arbeidersstrijd, Rode Emma, Amsterdam, 1998. Texts of Cajo Brendel, Henk Canne-Meijer, Paul Mattick, Anton Pannekoek, Charles Reeve, Otto Rühle, Henri Simon. Address : Rode Emma , Postbus 11378, 1001 GJ, Amsterdam.

 

BIBLIOGRAPHY

To buy some books (Amazon.com), click :

Francois FURET, Deborah FURET (Translator), The Passing of an Illusion : The Idea of Communism in the Twentieth Century. UK List Price: 22.50. US List Price: $35.00. Our Price: 21.42. You Save: 1.08 (4%). Hardcover - 600 pages (April 1999). http://www.amazon.com

 

Henry JACOBY, Otto Rühle zur Einführung, Preis: DM 11,80. EUR 6,03. Taschenbuch - 110 Seiten (1985) Junius Vlg., Hbg.; ISBN: 3885068206. http://www.amazon.de

Pannekoek and the Workers' Councils, by Serge BRICIANER, Malachy Carroll. Hardcover Our Price:$28.00. Special Order. http://www.amazon.com

Marxistischer Antileninismus, ANTON PANNEKOEK, PAUL MATTICK. Preis: DM 25,00/EUR 12,78 (1991) Ça Ira Verlag; ISBN: 3924627223. http://www.amazon.de

Paul MATTICK, Marx and Keynes. Our Price: 12.95. Paperback ( 1 December, 1974). Merlin Press; ISBN: 085036230X. http://www.amazon.co.uk

Mark A. S. SHIPWAY, Anti-parliamentary Communism. Our Price: 57.50. Hardcover - 240 pages (4 May, 1988). Palgrave, formerly Macmillan Press; ISBN: 033343613X. http://www.amazon.de